Ik heb me altijd erg aangetrokken gevoeld tot kinderen. Ik heb vanaf mijn vroegste jeugd dan ook nooit de behoefte gevoeld om kinderen om mij heen te plagen. De keren dat ik dat wel heb gedaan zijn op één hand te tellen en ik ben daarvoor ook zwaar gestraft door de zielenpijn van het kind te voelen en ook de verregaande gevolgen van mijn pesten duidelijk voor ogen te zien. Mensen hebben niet door wat een lelijk woord voor negatief effect op iemands leven kan hebben.
Probleem was dat ik de kinderen die mij dwarszaten te goed begreep en ze dus bleef helpen en mijzelf niet verdedigde. Daarvan heb ik zoveel nadeel ondervonden dat ik me altijd volkomen buitengesloten en niet begrepen voelde. Omdat ik niet wist dat andere kinderen deze gave of last niet hadden, kon ik maar niet begrijpen waarom zij zich zo gedroegen en had ik iedere keer weer het vertrouwen dat ze nu wel goed met me om zouden gaan. Naarmate ik ouder ben geworden heb ik geleerd om op een goede manier mijzelf te verdedigen en weet ik ook beter waar de grenzen leggen tussen mijn kunnen en dat van anderen.
Meerdere keren heb ik echter ook schade ondervonden van het feit dat ook leraren op school, verpleegsters, dokters en mensen uit allerlei andere hulpinstellingen met al hun goede wil mij verkeerd hebben begrepen. Doordat ik op dat moment zwakker was en hulp moest vragen heb ik mij niet kunnen verdedigen en heb ik schade opgelopen.
Hieruit is mijn verlangen ontstaan om zwakkeren in de samenleving, zoals gehandicapten, kleine kinderen en zieken te helpen. Deze groep mensen staan door hun beperking dicht bij hun ziel. Deze ziel moet op aarde zijn taak kunnen doen. De ziel moet zijn of haar talenten laten zien en goed kunnen ontwikkelen. Het is de taak van de ouders en verzorgers om dit volledig tot uiting te laten komen. Ook of misschien wel juist zeer zwaar gehandicapten hebben een ziel die moet floreren. Gebeurd dit niet en wordt er door alle drukte niet op gelet, dan wordt het kind onrustig en krijgt het klachten. En daarom ben ik dit werk gaan doen:
Om de ouders en verzorgers van het (gehandicapte) kind te vertellen wat het zieltje nodig heeft. En daar wordt het kind dan rustig van.